Altijd maar bewijzen?
Waarom minderwaardigheid vaak een “fatale projectie” is.
Op mijn 29e zat ik in een klooster voor een training Psychosynthese. Ik was getrouwd, had een huis en een fitnesscentrum gebouwd, twee kinderen gebaard en was altijd bezig mezelf te bewijzen. Ik was er stellig van overtuigd dat iedereen van alles van mij verwachtte. Pas later ontdekte ik de bevrijdende waarheid: die torenhoge verwachtingen waren mijn eigen projecties. Ik dacht dat ik niets waard was als ik niet aan die (zelfverzonnen) eisen voldeed.
De identificatie-valstrik
Minderwaardigheidsgevoelens ontstaan vaak wanneer we ons identificeren met zaken die we hebben of doen, in plaats van wie we zijn. We maken onszelf afhankelijk van de goedkeuring van anderen om onze innerlijke leegte op te vullen.
Psychiater Charlotte Querido noemde dit een “fatale projectie”: het idee dat jouw ziel (gedachten en gevoelens) en jouw lichaam hetzelfde zijn. We vergelijken ons voortdurend:
-
Lichaam: “Zij is slanker/fitter, dus zij is beter.”
-
Gedachten: “Ik ben niet slim genoeg, dus ik doe er niet toe.”
-
Gevoelens: De pijn van het ‘minder voelen’ is zo groot, dat we dit vaak compenseren met meerderwaardigheid (machogedrag). We zetten een masker op van stoerheid om onze onzekerheid te verbergen.
Van afhankelijkheid naar regie
Veel van deze patronen vinden hun oorsprong in onze vroege jeugd. Als kind zijn we afhankelijk voor zorg en voeding. Als we in die kwetsbaarheid niet volledig gezien of erkend zijn, creëren we overtuigingen als: “Ik ben de moeite waard als ik hard werk.” Later in het leven zie je dit terug in relaties of op de werkvloer. We projecteren gemiste behoeften op onze partner, onze baas of onze buren. We accepteren niet wat er is, maar verlangen naar wat er niet is. Dit zorgt voor constante innerlijke spanning en stress.
Je Bent Meer…
Heling begint bij het doorzien van deze projecties. In het klooster leerde ik een mantra die ik jarenlang elke avond herhaalde:
Ik heb een lichaam, maar ik ben méér dan dat. Ik heb gedachten, maar ik ben méér dan dat. Ik heb gevoelens, maar ik ben méér dan dat. Ik ben een centrum van zuiver bewustzijn en wil.
Hoe dichter je bij dit ‘centrum’ komt, hoe onafhankelijker je wordt van de mening van anderen. Je stopt met bewijzen en begint met zijn. Je neemt de regie over je eigen leven terug en gaat van gebonden naar verbonden. Dit is een weg die ik persoonlijk – met vallen en opstaan – heb afgelegd. Leven vanuit je centrum geeft zoveel rust.
Herken jij de drang om jezelf constant te bewijzen? Voel je je pas waardevol als je lijstje met prestaties is afgevinkt? Het opheffen van deze projecties geeft je de vrijheid om weer echt te gaan leven. Een persoonlijk ontwikkelingstraject bij Je Bent Meer is een investering in de rest van je leven. Ontwikkeling is niet iets worden wat je nog niet bent. Het is loslaten wat je niet meer dient, zodat je kunt zijn wie je altijd al was.


